Recensie
NPO Start-serie 'Oh, Otto!': de wondere wereld van Grindr in Belgische queer tragikomedie die doet denken aan 'Girls'
De avonturen in het Brusselse nachtleven amuseren en de personages charmeren in komisch drama. ondanks de voorspelbaarheid.
In deze komische dramaserie kruipt de schuchtere Otto uit zijn schulp. De aanleiding vormt zijn ex Boris, die hem voorspelbaar noemt. Een voorspelbaarheid die ook voor het verhaal zelf geldt. Toch ontgint Oh, Otto! nieuw terrein, want Otto duikt in de wondere wereld van Grindr. Via deze app, populair van Amsterdam tot aan Republikeinse partijcongressen, zoeken mannen naar seks met andere mannen, met een anonimiteit die zowel kansen als gevaren biedt.
Geen fijner persoon om tegen te komen dan de bleue Brusselaar Otto. Jonathan Michiels zet het hoofdpersonage uitermate sympathiek neer, met een vertederend voorkomen waar desalniettemin een verborgen pit in schuilt. Beste vriendin Lente kampt ondertussen met haar eigen issues, want ze duikt het voorspelbare burgerleven in met haar vriend, de grijze muis Gillis. Wanneer Otto en Lente samen grappen en grollen kent Oh, Otto! een luimige ondertoon.
Dat geldt ook voor de koddige situaties waarin Otto terechtkomt. Zijn avonturen in het Brusselse nachtleven amuseren, van het delen van ontboezemingen bij een gloryhole, tot aan droogkomische beelden van noedels eten met de zwijgende nachtwinkeleigenaar wanneer zijn leven even tegenzit. Een dragqueen duikt tweemaal op als wijze raadgever en steelt de show, vooral met een spetterend optreden dat de aanwezige personages tot introspectie dwingt.
Hoe Oh, Otto! drama en komedie mengt, doet ergens denken aan het Amerikaanse Girls. Michiels komt alleen niet zo ongelikt over als maker Lena Dunham in die serie. De verschillende verhaallijnen kennen ook een stuk minder emotionele diepgang. De personages blijven bovenal eendimensionaal, Otto incluis. De acteurs rest niets dan braaf toe te werken naar voorspelbare conclusies, van de bedrieglijk romantische Nederlander die na wat gescharrel verdwijnt tot aan Lentes escapades om aan het huisje-boompje-beestje-gevoel te ontsnappen.
De cinematografie is verdienstelijk, maar brengt geen leven in de brouwerij. Getrouw aan het televisieformat regent het vooral doorsnee shot/tegenshots van de acteurs die hun dialogen opzeggen. Die acteurs brengen dankzij de treffende casting weliswaar een zekere charme met zich mee, maar de prozaïsche filmstijl draagt vooral bij aan het oppervlakkige karakter van het drama.
Daarnaast ontkomt Oh, Otto! er niet aan om enkele kunstgrepen in het scenario toe te passen om de sjeu erin te houden. Zo draaft opeens de lang geleden uit beeld verdwenen moeder van Otto op wanneer de spanning anders zou afnemen. Naar het einde toe worden de gevolgen van sommige keuzes nogal gemakkelijk opgelost. Dat geldt vooral voor Otto’s fatale saunabezoek dat hem zijn baan doet verliezen. Zo knoopt de serie de eindjes niet strak aan elkaar, om een voorspelbare afloop voor Otto en Lente te forceren.
Geen fijner persoon om tegen te komen dan de bleue Brusselaar Otto. Jonathan Michiels zet het hoofdpersonage uitermate sympathiek neer, met een vertederend voorkomen waar desalniettemin een verborgen pit in schuilt. Beste vriendin Lente kampt ondertussen met haar eigen issues, want ze duikt het voorspelbare burgerleven in met haar vriend, de grijze muis Gillis. Wanneer Otto en Lente samen grappen en grollen kent Oh, Otto! een luimige ondertoon.
Dat geldt ook voor de koddige situaties waarin Otto terechtkomt. Zijn avonturen in het Brusselse nachtleven amuseren, van het delen van ontboezemingen bij een gloryhole, tot aan droogkomische beelden van noedels eten met de zwijgende nachtwinkeleigenaar wanneer zijn leven even tegenzit. Een dragqueen duikt tweemaal op als wijze raadgever en steelt de show, vooral met een spetterend optreden dat de aanwezige personages tot introspectie dwingt.
Hoe Oh, Otto! drama en komedie mengt, doet ergens denken aan het Amerikaanse Girls. Michiels komt alleen niet zo ongelikt over als maker Lena Dunham in die serie. De verschillende verhaallijnen kennen ook een stuk minder emotionele diepgang. De personages blijven bovenal eendimensionaal, Otto incluis. De acteurs rest niets dan braaf toe te werken naar voorspelbare conclusies, van de bedrieglijk romantische Nederlander die na wat gescharrel verdwijnt tot aan Lentes escapades om aan het huisje-boompje-beestje-gevoel te ontsnappen.
De cinematografie is verdienstelijk, maar brengt geen leven in de brouwerij. Getrouw aan het televisieformat regent het vooral doorsnee shot/tegenshots van de acteurs die hun dialogen opzeggen. Die acteurs brengen dankzij de treffende casting weliswaar een zekere charme met zich mee, maar de prozaïsche filmstijl draagt vooral bij aan het oppervlakkige karakter van het drama.
Daarnaast ontkomt Oh, Otto! er niet aan om enkele kunstgrepen in het scenario toe te passen om de sjeu erin te houden. Zo draaft opeens de lang geleden uit beeld verdwenen moeder van Otto op wanneer de spanning anders zou afnemen. Naar het einde toe worden de gevolgen van sommige keuzes nogal gemakkelijk opgelost. Dat geldt vooral voor Otto’s fatale saunabezoek dat hem zijn baan doet verliezen. Zo knoopt de serie de eindjes niet strak aan elkaar, om een voorspelbare afloop voor Otto en Lente te forceren.