Recensie
HBO Max-serie 'A Knight of the Seven Kingdoms': frisse toevoeging aan de 'Game of Thrones'-catalogus
Een ideale opwarmer voor het derde seizoen van 'House of the Dragon'.
Regie: Owen Harris, Sarah Adina Smith | Cast: Peter Claffey (Duncan de Lange), Dexter Sol Ansell (Ei), Daniel Ings (Lyonel Baratheon), Finn Bennett (Aerion Targaryen), Bertie Carvel (Baelor Targaryen), Shaun Thomas (Raymun Fossoway), Tanzyn Crawford (Tanselle), e.a. | Afleveringen: 6 | Speelduur: 31-42 minuten | Jaar: 2026
Op het eerste oog deed de komst van Game of Thrones-spin-off A Knight of the Seven Kingdoms aan als een overbodig extraatje. Vooruit, het is leuk dat in de aanloop naar seizoen drie van House of the Dragon (met recht het nieuwe vlaggenschip) nog een reeks novelles van George R.R. Martin wordt verfilmd, maar hoe kan het bescheiden verhaal van een omhooggevallen ridder en zijn schildknaap tippen aan wat voorafging? Gelukkig is het krachtigste wapenfeit van deze vermakelijke serie dat de makers juist géén moeite doen om de grandeur van Game of Thrones te evenaren.
Wie hunkert naar draken, magie en veldslagen komt bij A Knight of the Seven Kingdoms van een koude kermis thuis. Deze beknopte bewerking (slechts zes korte afleveringen) van de zogenoemde Verhalen van Dunk en Ei benadert alleen bij vlagen de schaal waarop de saga's van Game of Thrones en nu House of the Dragon zich ontvouwen. Toch bedient de serie zich van een herkenbaarheid en vooral luchtigheid die de franchise van een welkome impuls voorziet.
Zo'n honderd jaar voor de gebeurtenissen van Game of Thrones besluit een bonkige schildknaap het lot in eigen handen te nemen. Na het begraven van zijn meester transformeert Dunk in Ser Duncan de Lange, een onwennige hagenridder (een ridder zonder heer of eigen land) die nu op zijn beurt wel een schildknaap kan gebruiken. En die vindt hij snel, want in een herberg treft hij een jongetje dat niet meer van zijn zijde wijkt.
Als hoofdrolspeler Peter Claffey in de eerste afleveringen wat charismaloos en onbeholpen overkomt, dan is dat precies de bedoeling. In die zin begint A Knight of the Seven Kingdoms eigenlijk als een antithese van Game of Thrones . Tegelijk komt de luchtige benadering niet helemaal als een verrassing. Ook in de originele serie werden de epische gevechten en machtsintriges aan de lopende band afgewisseld met meer speelse verhaallijnen.
Hoewel de eerste ontmoeting van de bonkige Dunk en de eigenwijze Ei veel onschuldiger aandoet dan de beladen band tussen Sandor Clegane en Arya Stark, doen de trektochten van de ridder en de schildknaap toch een beetje denken aan de manier waarop die twee destijds serie door Westeros reisden. En dat ging stiekem ook gepaard met best wat humor, ondanks een aantal gewelddadige confrontaties.
Kort na hun kennismaking melden Dunk en Egg zich in een nederzetting waar een groot riddertoernooi wordt georganiseerd. Dat roept verdere herinneringen op aan het eerste seizoen van Game of Thrones, waarin de benoeming van Ned Stark als Hand des Konings gevierd werd met een grove partij lanssteken. Het mag geen toeval heten dat de man die ter plekke de bloemetjes buiten zet Lyonel Baratheon is, de erfgenaam van het koningshuis dat aan het begin van de oorspronkelijke serie nog de lakens uitdeelt in Westeros (en de vermeende overgrootvader van de latere koning Robert).
Ook muzikaal herinnert A Knight of the Seven Kingdoms aan haar voorganger. De omzwervingen van Dunk als hagenridder staan in aflevering één op het punt van beginnen als het epische intro van componist Ramin Djawadi wordt ingezet... en meteen weer wordt afgebroken wanneer Dunk onder een boom zijn behoefte doet. Het is een wat flauwe, abrupte montagegrap, maar wel een die slim de toon zet. Alsof de makers zeggen: dit is niét Game of Thrones, maar we gaan je wel een verdraaid leuke tijd bezorgen.
Vooral in de eerste twee afleveringen wordt die belofte waargemaakt, maar na een ingrijpende plotwending wordt de toon toch weer wat grimmiger. Ergens is dat jammer, omdat de makers er juist genoegen in leken te scheppen niet met een voorspelbaar aftreksel van Game of Thrones te hoeven komen. Tegelijk weet de afwikkeling wel te prikkelen, mede dankzij de intense registratie van het eerder benoemde riddertoernooi. En die knullige hagenridder? Die blijkt stiekem wel degelijk tot heldendom in staat.
Op het eerste oog deed de komst van Game of Thrones-spin-off A Knight of the Seven Kingdoms aan als een overbodig extraatje. Vooruit, het is leuk dat in de aanloop naar seizoen drie van House of the Dragon (met recht het nieuwe vlaggenschip) nog een reeks novelles van George R.R. Martin wordt verfilmd, maar hoe kan het bescheiden verhaal van een omhooggevallen ridder en zijn schildknaap tippen aan wat voorafging? Gelukkig is het krachtigste wapenfeit van deze vermakelijke serie dat de makers juist géén moeite doen om de grandeur van Game of Thrones te evenaren.
Wie hunkert naar draken, magie en veldslagen komt bij A Knight of the Seven Kingdoms van een koude kermis thuis. Deze beknopte bewerking (slechts zes korte afleveringen) van de zogenoemde Verhalen van Dunk en Ei benadert alleen bij vlagen de schaal waarop de saga's van Game of Thrones en nu House of the Dragon zich ontvouwen. Toch bedient de serie zich van een herkenbaarheid en vooral luchtigheid die de franchise van een welkome impuls voorziet.
Zo'n honderd jaar voor de gebeurtenissen van Game of Thrones besluit een bonkige schildknaap het lot in eigen handen te nemen. Na het begraven van zijn meester transformeert Dunk in Ser Duncan de Lange, een onwennige hagenridder (een ridder zonder heer of eigen land) die nu op zijn beurt wel een schildknaap kan gebruiken. En die vindt hij snel, want in een herberg treft hij een jongetje dat niet meer van zijn zijde wijkt.
Gerelateerd nieuws
Als hoofdrolspeler Peter Claffey in de eerste afleveringen wat charismaloos en onbeholpen overkomt, dan is dat precies de bedoeling. In die zin begint A Knight of the Seven Kingdoms eigenlijk als een antithese van Game of Thrones . Tegelijk komt de luchtige benadering niet helemaal als een verrassing. Ook in de originele serie werden de epische gevechten en machtsintriges aan de lopende band afgewisseld met meer speelse verhaallijnen.
Hoewel de eerste ontmoeting van de bonkige Dunk en de eigenwijze Ei veel onschuldiger aandoet dan de beladen band tussen Sandor Clegane en Arya Stark, doen de trektochten van de ridder en de schildknaap toch een beetje denken aan de manier waarop die twee destijds serie door Westeros reisden. En dat ging stiekem ook gepaard met best wat humor, ondanks een aantal gewelddadige confrontaties.
Kort na hun kennismaking melden Dunk en Egg zich in een nederzetting waar een groot riddertoernooi wordt georganiseerd. Dat roept verdere herinneringen op aan het eerste seizoen van Game of Thrones, waarin de benoeming van Ned Stark als Hand des Konings gevierd werd met een grove partij lanssteken. Het mag geen toeval heten dat de man die ter plekke de bloemetjes buiten zet Lyonel Baratheon is, de erfgenaam van het koningshuis dat aan het begin van de oorspronkelijke serie nog de lakens uitdeelt in Westeros (en de vermeende overgrootvader van de latere koning Robert).
Ook muzikaal herinnert A Knight of the Seven Kingdoms aan haar voorganger. De omzwervingen van Dunk als hagenridder staan in aflevering één op het punt van beginnen als het epische intro van componist Ramin Djawadi wordt ingezet... en meteen weer wordt afgebroken wanneer Dunk onder een boom zijn behoefte doet. Het is een wat flauwe, abrupte montagegrap, maar wel een die slim de toon zet. Alsof de makers zeggen: dit is niét Game of Thrones, maar we gaan je wel een verdraaid leuke tijd bezorgen.
Vooral in de eerste twee afleveringen wordt die belofte waargemaakt, maar na een ingrijpende plotwending wordt de toon toch weer wat grimmiger. Ergens is dat jammer, omdat de makers er juist genoegen in leken te scheppen niet met een voorspelbaar aftreksel van Game of Thrones te hoeven komen. Tegelijk weet de afwikkeling wel te prikkelen, mede dankzij de intense registratie van het eerder benoemde riddertoernooi. En die knullige hagenridder? Die blijkt stiekem wel degelijk tot heldendom in staat.