search
Disney+-serie ‘Lucky Luke’: Goscinny draait zich om in zijn graf
Recensie

Disney+-serie ‘Lucky Luke’: Goscinny draait zich om in zijn graf

Als de Daltons al niet meer grappig zijn en Jolly Jumper niets te doen heeft, dan weet je het wel.

Regie: Benjamin Rocher | Cast: Alban Lenoir (Lucky Luke), Billie Blain (Louise), Camille Chamoux (Calamity Jane), Jérôme Niel (Joe Dalton), Victor Solé (La Langue), Alice Taglioni (Charlie), Victor Le Blond (Billy the Kid) e.a. | Afleveringen: 8 | Speelduur: 32-36 minuten | Jaar: 2026

Lucky Luke van Morris en René Goscinny naar een live-action film vertalen blijkt al decennia een onmogelijke opdracht. Disney, in samenwerking met France Télévisions, heeft nu geprobeerd om er een serie van te maken, maar ook die poging loopt spaak. De makers kiezen een iets realistischere aanpak, met veel minder slapstick en meer verbale humor in de stijl van doorsnee Frans komedies. Zodanig dat je er nauwelijks nog de oorspronkelijke strips in herkent.

Lucky Luke heeft zijn hand gekwetst en kan dus voorlopig niet sneller schieten dan zijn schaduw. De vrees bestaat dan ook dat hij tijdens zijn volgende duel met een kwaadaardige schurk het onderspit zal delven. Maar hij krijgt onverwacht hulp van achttienjarige Louise. Toch heeft ze met hem een eitje te pellen. Ze meent immers dat Lucky verantwoordelijk is voor de ontvoering van haar moeder Charlie.

Lucky, die ontdekt dat Louise zijn dochter is, besluit haar te helpen om haar moeder terug te vinden. Dat blijkt geen eenvoudige opdracht, want het meisje is een wildebras. Bovendien heeft ze net een huwelijk achter de rug met Billy the Kid. De zoektocht naar Charlie brengt hen uiteindelijk op het pad van de Daltons. Maar die zijn minder gevaarlijk dan vroeger, want na een hersenschudding gelooft leider Joe plots dat een mens zijn naasten moet liefhebben.

Net als bij Astérix blijkt het bijzonder moeilijk om Lucky Luke succesvol te adapteren voor film of televisie. Niet alles hoeft honderd procent trouw te zijn aan de creatie van René Goscinny, maar de geest van zijn werk en vooral de specifieke humor moeten wel bewaard blijven. De Italianen probeerden het met twee films en een serie met Terence Hill in de titelrol. Maar wat je daar zag, was in feite geen Lucky Luke, eerder een uitgeholde versie van de komische revolverheld uit My Name is Nobody, met een flinke scheut spaghettiwestern.

Het komische duo Eric en Ramzy in The Daltons – waarin Lucky Luke slechts een bijrol had – en Jean Dujardin als Lucky in Lucky Luke uit 2009 deden het iets beter. De slapstick werd breed uitgesmeerd, maar het verhaaltje stelde nog steeds weinig voor en de cruciale casting was niet bepaald overtuigend.

De nieuwe Lucky Luke-serie probeert het over een andere boeg te gooien. De slapstick is sterk gereduceerd en daarmee hebben de makers meteen een aantal essentiële elementen uitgeschakeld. Jolly Jumper is hier gewoon een paard en fungeert niet langer als ironische commentator. Je zou ten minste verwachten dat de Daltons en Billy the Kid nog hilarisch karikaturen zijn. Maar neen, ze zijn nauwelijks herkenbaar. Op de koop toe worden ze zelfs buddy’s van Lucky Luke.

De serie kampt met een acuut gebrek aan geslaagde humor. Billy the Kid die gefrustreerd is omdat hij zijn pubertijd heeft doorlopen en daardoor niet meer herkend wordt, is niet meteen een dijenkletser. Hetzelfde geldt voor Calamity Jane, die hier vooral door geld wordt gedreven. Met Averell Dalton, nochtans de grappigste figuur uit de strips, wordt bijna niets gedaan. En Ratanplan is nergens te bespeuren. De makers lijken te denken dat ze met superflauw en oeverloos Frans gekeuvel het publiek wel zullen meekrijgen. Vergeet het.

In de eindgeneriek wordt vermeld dat enkele afleveringen losjes gebaseerd zijn op albums als Lucky Luke tegen Joss Jamon, De Daltons kopen zich vrij, De Rechter en De Grootvorst. Maar het blijft bij citeren of het overplanten van ideeën die in de serie helemaal de mist ingaan. Erger nog, naar het einde toe probeerden de scenaristen ook nog spanning en sentimentaliteit toe te voegen, maar dat leidt vooral tot irritatie.

Lucky Luke slaagt er, net als de eerder verfilmingen, niet in om het beste van René Goscinny’s humor te vatten. Je moet al teruggaan naar de vergeten en Lucky Luke-loze Franse parodie Le Juge van Jean Girault uit 1971, gebaseerd op het album De Rechter, om nog iets van geslaagde Goscinny-achtige humor terug te vinden. Dat onderstreept meteen het grootste probleem van deze serie en haar voorgangers.

Held Lucky is uiteindelijk het minst interessante personage. Hoofdacteur Alban Lenoir lijkt trouwens niet goed te weten wat hij met hem moet aanvangen. Het zijn de nevenfiguren die het universum van Lucky Luke tot leven brengen. Misschien moet men de eenzame cowboy voortaan met rust laten.



Aanbevolen artikelen