Recensie
Prime Video-serie 'The Night Manager' seizoen 2: Tom Hiddleston solliciteert voor Bond, James Bond
De spionageserie gebaseerd op het werk van John le Carré verliest gaandeweg wat Le Carré uniek maakte.
Regie: Georgi Banks-Davies | Cast: Tom Hiddleston (Jonathan Pine), Olivia Colman (Angela Burr), Diego Calva (Teddy Dos Santos), Indira Varma (Mayra Cavendish), Hayley Squires (Sally Price-Jones), Camilla Morrone (Roxana Bolanos), Gijs Naber (Jaco Brouwer), e.a. | Afleveringen: 6 | Speelduur: 57-63 minuten | Jaar: 2026
Het eerste seizoen van The Night Manager was gebaseerd op de gelijknamige roman van John le Carré. Het bijna tien jaar later verschijnende vervolgseizoen bouwt voort op diens personages, maar heeft verder niets meer te maken met de schrijfsels van de inmiddels overleden Britse meester van het spionagegenre. Dat had een interessante springplank kunnen zijn (en op bepaalde vlakken is dat het ook), maar de serie voelt niet langer aan als een geesteskind van Le Carré. Voor fans kan dat een breekpunt zijn.
Nadat ex-soldaat, hotelmanager en gelegenheidsspion Jonathan Pine wapenhandelaar Richard Roper in de val lokte, krijgt hij van River House (MI6) onder een nieuwe identiteit een baan bij de Night Owls, een surveillancetak van de geheime dienst. In een van de onderschepte videobeelden herkent Pine een Zuid-Afrikaanse huurling en voormalige handlanger van Roper. Hoewel het hem uitdrukkelijk verboden is om zelf actie te ondernemen, besluit hij het spoor te volgen, omdat het zou kunnen leiden naar een nieuwe grootschalige wapentransactie.
Het onderzoek brengt hem bij de jonge Colombiaan Teddy Dos Santos, een vroegere Zuid-Amerikaanse connectie van Roper met banden met een paramilitaire groepering. Van zijn voormalige chef Angela Burr hoeft Pine niets te verwachten; zij heeft zich teruggetrokken. Wanneer zijn nieuwe overste wordt vermoord en er aanwijzingen zijn voor mollen binnen River House, reist Pine naar Colombia om er, vermomd als een frauderende Zwitserse financier, te infiltreren in het netwerk van Dos Santos.
Het tweede seizoen herhaalt grotendeels de narratieve dynamiek van het eerste: Pine werkt zich onder een nieuwe identiteit op tot vertrouweling van een wapenhandelaar en treft op zijn pad een exotische schone die al dan niet zijn bescherming nodig heeft. Verander nooit een succesformule, moet showrunner David Farr hebben gedacht. Wat hij echter loslaat, is Le Carrés kenmerkende hyperrealistische en atypische benadering van het spionagegenre, met spaarzaam geweld.
Was Pine in het eerste seizoen nog een gekwelde en hypergemanierde sluwe vos, daar krijgt hij ditmaal steeds meer trekken van James Bond, Jason Bourne en Jack Ryan. Daarmee staat hij ver af van klassieke Le Carré-personages als de kleurloze George Smiley (de Smiley-trilogie), de drankverslaafde uitgever Barley Blair (The Russia House), de linkse actrice Charlie Ross (The Little Drummer Girl) of diplomaat Justin Quale (The Constant Gardener). Pine verzamelt zelfs een soort Mission: Impossible-team rondom zich. Ook het verhaal ondergaat een hormoneninjectie. Je doet er dus goed aan te vergeten dat Le Carré ooit de basis vormde.
Dit betekent niet dat dit seizoen niet vermaakt. Het verhaal biedt voldoende variatie en enkele stevige verrassingen om te blijven boeien. De relatie tussen Pine en Teddy suggereert bijvoorbeeld een biseksuele geaardheid van Jonathan, iets waar Le Carré eerder slechts tussen de regels naar hintte. Ronduit interessant is de verhaallijn rond een mogelijke coup in Colombia, gesteund door westerse geheime diensten. Daarmee toont Farr een opvallend actuele geopolitieke visie. Dit onderdeel zou Le Carré vermoedelijk hebben kunnen waarderen.
Het meest originele en gewaagde element zit in de verrassende ontknoping, al wordt de kracht daarvan ondergraven doordat Farr al meteen een derde seizoen aankondigt. Had hij gekozen voor een radicale en compromisloze aanpak, zoals Le Carré in The Spy Who Came in from the Cold, dan had dit seizoen kunnen eindigen als een van de beste afsluiters van recente spionageseries. Farr lijkt echter vastbesloten zijn 'nachtreceptionist' tot de laatste druppel uit te persen. Jammer.
Het eerste seizoen van The Night Manager was gebaseerd op de gelijknamige roman van John le Carré. Het bijna tien jaar later verschijnende vervolgseizoen bouwt voort op diens personages, maar heeft verder niets meer te maken met de schrijfsels van de inmiddels overleden Britse meester van het spionagegenre. Dat had een interessante springplank kunnen zijn (en op bepaalde vlakken is dat het ook), maar de serie voelt niet langer aan als een geesteskind van Le Carré. Voor fans kan dat een breekpunt zijn.
Nadat ex-soldaat, hotelmanager en gelegenheidsspion Jonathan Pine wapenhandelaar Richard Roper in de val lokte, krijgt hij van River House (MI6) onder een nieuwe identiteit een baan bij de Night Owls, een surveillancetak van de geheime dienst. In een van de onderschepte videobeelden herkent Pine een Zuid-Afrikaanse huurling en voormalige handlanger van Roper. Hoewel het hem uitdrukkelijk verboden is om zelf actie te ondernemen, besluit hij het spoor te volgen, omdat het zou kunnen leiden naar een nieuwe grootschalige wapentransactie.
Het onderzoek brengt hem bij de jonge Colombiaan Teddy Dos Santos, een vroegere Zuid-Amerikaanse connectie van Roper met banden met een paramilitaire groepering. Van zijn voormalige chef Angela Burr hoeft Pine niets te verwachten; zij heeft zich teruggetrokken. Wanneer zijn nieuwe overste wordt vermoord en er aanwijzingen zijn voor mollen binnen River House, reist Pine naar Colombia om er, vermomd als een frauderende Zwitserse financier, te infiltreren in het netwerk van Dos Santos.
Gerelateerd nieuws
Het tweede seizoen herhaalt grotendeels de narratieve dynamiek van het eerste: Pine werkt zich onder een nieuwe identiteit op tot vertrouweling van een wapenhandelaar en treft op zijn pad een exotische schone die al dan niet zijn bescherming nodig heeft. Verander nooit een succesformule, moet showrunner David Farr hebben gedacht. Wat hij echter loslaat, is Le Carrés kenmerkende hyperrealistische en atypische benadering van het spionagegenre, met spaarzaam geweld.
Was Pine in het eerste seizoen nog een gekwelde en hypergemanierde sluwe vos, daar krijgt hij ditmaal steeds meer trekken van James Bond, Jason Bourne en Jack Ryan. Daarmee staat hij ver af van klassieke Le Carré-personages als de kleurloze George Smiley (de Smiley-trilogie), de drankverslaafde uitgever Barley Blair (The Russia House), de linkse actrice Charlie Ross (The Little Drummer Girl) of diplomaat Justin Quale (The Constant Gardener). Pine verzamelt zelfs een soort Mission: Impossible-team rondom zich. Ook het verhaal ondergaat een hormoneninjectie. Je doet er dus goed aan te vergeten dat Le Carré ooit de basis vormde.
Dit betekent niet dat dit seizoen niet vermaakt. Het verhaal biedt voldoende variatie en enkele stevige verrassingen om te blijven boeien. De relatie tussen Pine en Teddy suggereert bijvoorbeeld een biseksuele geaardheid van Jonathan, iets waar Le Carré eerder slechts tussen de regels naar hintte. Ronduit interessant is de verhaallijn rond een mogelijke coup in Colombia, gesteund door westerse geheime diensten. Daarmee toont Farr een opvallend actuele geopolitieke visie. Dit onderdeel zou Le Carré vermoedelijk hebben kunnen waarderen.
Het meest originele en gewaagde element zit in de verrassende ontknoping, al wordt de kracht daarvan ondergraven doordat Farr al meteen een derde seizoen aankondigt. Had hij gekozen voor een radicale en compromisloze aanpak, zoals Le Carré in The Spy Who Came in from the Cold, dan had dit seizoen kunnen eindigen als een van de beste afsluiters van recente spionageseries. Farr lijkt echter vastbesloten zijn 'nachtreceptionist' tot de laatste druppel uit te persen. Jammer.